Beantwoording van de vragen over de achterstand in opsporing misdrijven

 In Schriftelijke vragen

Datum
10 december 2009

Uw brief van
19 oktober 2009

Onderwerp
Achterstand in opsporing misdrijven

Geachte heer Van Leeuwen,

Op 19 oktober 2009 heeft u op grond van artikel 36 RvO vragen gesteld over de achterstand in de opsporing van misdrijven. U heeft deze vragen gesteld naar aanleiding van een interview in de krant met de plv. korpschef over de situatie in het district Lekstroom. Vanwege noodzakelijk overleg met de districtschef Lekstroom heeft de beantwoording van de vragen langer geduurd dan gebruikelijk. Hieronder treft u, na een inleidende alinea, onze antwoorden aan.

Algemeen
In het voorjaar zijn door een speciaal team alle plankzaken van dat moment bijgewerkt. Voor de zomer was de werkvoorraad op peil, maar in de zomer heeft zich een aantal grote zaken elders in het district voorgedaan waar veel capaciteit in is gaan zitten en nog steeds in zit. Hierdoor zijn er weer achterstanden ontstaan. De totale achterstand in het district Lekstroom bedraagt 120 zaken. Per 1 november 2009 is opnieuw een team aan de gang gegaan om deze achterstand weg te werken. De achterstand betreft niet de gemeente Houten, maar vooral Nieuwegein en IJsselstein. Ook vorig jaar heeft het district deze werkwijze toegepast waarbij een speciaal team de plankzaken versneld afwikkelt.

Vraag 1: Is er m.b.t. de opsporing van de in Houten gepleegde misdrijven (nu nog) sprake van een achterstand?

Antwoord:

Er is nauwelijks achterstand. Het betreft 7dossiers, terwijl al 239 dossiers voor Houten zijn aangeleverd aan het openbaar ministerie.

Vraag 2: Als deze er is. Hoe groot is deze en welke prioriteiten worden hierin gesteld?

Antwoord:

De werkvoorraad voor de gemeente Houten bedroeg 7 op 1 november 2009. Van deze zaken waren er 4 op 19 november 2009 afgewerkt en de overige zaken zijn voor het einde van het jaar behandeld.
Zaken die in de werkvoorraad terechtkomen hebben niet de hoogste prioriteit bij binnenkomst. Alle andere zaken worden direct behandeld. Voorbeelden van zaken in de werkvoorraad zijn vernieling van een prullenbak bij een school of het aanbieden van vals geld op de markt.

Vraag 3: Onlangs is er een akkoord gesloten met de minister over bezuinigingen bij de politie. Heeft dat ook gevolgen voor een groeigemeente als Houten?

Antwoord:

Volgens minister Ter Horst heeft dat voor geen enkele gemeente gevolgen. De bezuinigingen in de regio Utrecht van het afgelopen jaar hebben niet geleid tot minder agenten op straat. Het is echter zeer waarschijnlijk dat nieuwe bezuinigingen in de regio Utrecht wel degelijk gevolgen hebben voor de capaciteit op straat. In hoeverre dit de gemeente Houten treft is nu nog niet in te schatten. De uiteindelijke gevolgen van de bezuinigingen kunnen mede door de wijziging van de organisatiestructuur van het politiekorps in 2010, waartoe in december 2009 door het Regionaal College hoogst waarschijnlijk besloten zal worden, waarschijnlijk moeilijk gemeten worden.

Vraag 4: Houten is decennialang stormachtig gegroeid. Kunt u vanaf 1990 aangeven met hoeveel agenten het team in Houten is gegroeid?

Antwoord:

Nee, wij kunnen u hierover geen exacte getallen geven. In 1993 is bij de samenvoeging van Rijks- en Gemeentepolitie een BVE (budget verdeel eenheid) vastgesteld. Die is tot op heden niet gewijzigd. Op een incidentele uitbreiding in 2005/2006 van 1 á 2 fte, heeft er dus geen groei plaatsgevonden. Binnen het district hebben er wel verschuivingen plaatsgevonden, in verband met wijziging in de organisatiestructuur, alsmede wijzigingen van functies. Zo is de unit veelvoorkomende criminaliteit ondergebracht bij de districtsrecherche; daar stond de decentralisatie van de noodhulp tegenover. De huidige sterkte is 26 fte. Momenteel is het wijkteam op sterkte.
Het ministerie van Binnenlandse Zaken gaat in 2010 de criteria van de BVE herijken. In 2011 wordt hieraan uitvoering gegeven. De burgemeester volgt dit proces op de voet, omdat in deze herziening de positie van groeikernen qua formatiegroei erkend zal moeten worden.
Tot slot, zoals in vraag 3 reeds is aangegeven, gaat volgend jaar een wijziging van de organisatiestructuur van start waarvan de gevolgen nog niet bekend zijn.

Vraag 5: In aansluiting op vraag 4. Hoe scoort Houten daarin ten opzichte van het gemiddelde?

Antwoord:

Voor de andere gemeenten gelden dezelfde criteria voor toebedeling van sterkte als Houten en deze zijn sinds 1993 niet gewijzigd. Houten scoort dus hetzelfde als andere gemeenten. De drie Vinex-locaties in de regio (Houten-Zuid, Vathorst en Leidsche Rijn) krijgen dus geen compensatie voor de forse groei van hun inwonertal. Deze scheefheid is meerdere malen in het Regionaal College besproken. Verwacht wordt dat de herziening van het BVE in 2010 het moment is deze scheefheid weg te nemen. De uitkomsten van de herijking in 2010 moeten dus worden afgewacht.

Wij hopen uw vragen hiermee afdoende te hebben beantwoord. Als u nog vragen heeft, kunt u deze stellen aan mevrouw S. Werensteijn-Zijlstra via telefoonnummer (030) – 63 92 125.

Een afschrift van deze brief is aan de leden van de raad verzonden.

Met vriendelijke groet,
burgemeester en wethouders van de gemeente Houten
de secretaris, de burgemeester,

Aanbevolen

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Start met typen en druk op Enter op te zoeken