Column: Leefbaar Houten

 In Columns

“Hé smeris” riep een klasgenoot vanaf het schoolplein naar een (ik geef toe dat ze zeldzaam zijn geworden) fietsende veldwachter. Het was de tijd van ‘opper’ Kok, een bijna even bekende verschijning als de ‘De Cock’ met cee-oo-cee-kaa van het aloude Amsterdamse bureau Warmoesstraat uit de boeken van Baantjer. Verder houdt iedere vergelijking wel op denk ik. Je kunt veel over Houten zeggen, maar niet dat het Amsterdam is. Dat zou ook teveel eer zijn voor Amsterdam!

Een veldwachter, zo herinnerde ik mij, met een pet op, zijn broek stevig in een plooi, een indrukwekkende Walter aan zijn zijde en een gezicht dat hoort bij een gezagsdrager uit die tijd. Ik zat op de toen nog Christelijk Nationale School aan de Lobbendijk (jawel, de huidige kampioen schoolschaken).

De veldwachter stapte af en toog in bijna militaire pas naar de bovenmeester. Even later werd mijn klasgenoot in zijn kraag gepakt en meegenomen naar het bureau. Niet achter op de fiets, nee, hij moest hardlopen naar het bureau, toen nog gevestigd op de hoek van de Prinses Beatrix- en de burgemeester Wallerweg, alwaar nu de plaatselijke praktijk voor fysiotherapie gespannen spieren los maakt.

Wegens belediging van een dienstdoend politie-ambtenaar werd hem een middagje in het bureau aangeboden. Om zijn tijd zinvol door te brengen had men hem opgedragen vier A4-tjes, aan beide zijden vol te schrijven met de navolgende tekst: IK MAG GEEN “SMERIS” ROEPEN. En na de punt de volgende tekst: IK BELOOF HET NIET MEER TE DOEN. Het paste net op 1 regel, zo weet ik nog. Een dergelijk voorval hoorde destijds tot een redelijk zwaar delict waarover in het dorp werd gesproken. Dat waren nog eens tijden, kom daar nu nog maar eens om. We kunnen het ons nauwelijks meer voorstellen.

Nee, nu zet men in Houten even een kraakje. Niet zo maar één, nee men tilt even met een ‘geleende’ shovel een flappentap uit de muur van ons postkantoor. Een ander vult zijn tijd met het in de fik steken van caravans en auto’s. Plaatselijke autoriteiten discussiëren nu over het feit of er sprake is van een pyromaan of niet. Ik geef toe, vroeger had ik ook moeite met het woord pyromaan. Ik weet nog dat ik met het even spannende als educatieve spel ‘Electro’, waarbij er een lampje gaat branden als men het goede antwoord bij de vraag heeft gevonden, bij de pyromaan steeds fout zat. Ik legde steeds de link naar ruimtevaarder. Waarschijnlijk in verwarring gebracht door het woordje (pyro)maan. Maar ruimtevaarder hoort sinds jaar en dag bij astronaut.

En pyromaan bij: ziekelijke neiging om brand te stichten. Kortom, in Houten is een pyromaan actief, dat lijkt me duidelijk. Overigens stond de shovel ook in brand dus… Maar goed, nu heb ik het over berichten die we kortgeleden uit onze media konden vissen. Dan heb ik het nog niet eens gehad over de onterecht ingeburgerde kreet “kleine criminaliteit”. Hieronder valt o.a. het jatten van een fiets of een autoradio. Het zal je maar gebeuren! Ik weet, nadat er van mij drie fietsen zijn gestolen, dat dit niet “klein” meer is. Het moet jezelf maar eens treffen. Als dat bij u nog niet gebeurd is kan dat snel zo zijn, want gemiddeld wordt er, ook in Houten, per dag minimaal 1 fiets gejat, althans, indien men het aan de hermandad meldt.
Want zelf heb ik ze ook niet allemaal gemeld. Enerzijds omdat er de volgende dag een junk op zit naar een van de stations in het Utrechtse om in Amsterdam te gaan ‘winkelen’ en anderzijds omdat het Houtense politiebureau ’s avonds niet open is. Da’s lastig aangeven zo heb ik gemerkt. Kortom, tijd voor de vraag: “Hoe leefbaar is Houten (nog)…?” Wordt vervolgd.

Gijs van Leeuwen

Recent

Geef een reactie

Start met typen en druk op Enter op te zoeken