Gijs loopt hopeloos achter. Dat had u misschien al wel zelf geconstateerd. Maar het is soms ook goed om het een keer zelf op te schrijven. Trots ben ik er niet op maar ik ga er (naar mijn weten) evenmin onder gebukt. Ik behoor ook tot de zogenaamde “verloren” generatie (1956-1970). Ook wel generatie NIX genoemd. Zegt eigenlijk al wel genoeg. Dat is vlees nog vis. Tussen wal en schip zeg maar. Het is de generatie tussen de babyboomers (tot 1955) en de jongeren van nu. De zogenaamde Z generatie. Een generatie die opgroeit in een ‘24/7’ informatie maatschappij. Vleesgeworden sociale media. “Wonen” in hun smartphone. Onze eigen kinderen…. Het lukt nauwelijks om de smartphone tijdens de maaltijd zover weg te leggen dat je er niet bij kunt. Je kunt in een half uur immers ontzettend veel missen en dus hopeloos achterop raken. En dan komt pa zonder Facebook, Twitter, Snapchat of Instagram. Stenen tijdperk. De nieuwste generatie weet niet meer dat er een wereld bestond zonder computer of zonder smartphone. In die wereld groeide ik op. Bellen ging nog via een zwarte bakelieten draaischijftelefoon aan een draadje. Mocht ik mijn vriendin, nu mijn vrouw, willen spreken verliep het eerste gesprek altijd via mijn schoonvader of moeder. Ontsnappen kon niet. Of ik moest er naar toe. En zo wisten vaders en moeders altijd wat er thuis speelde. Nu kan het leven volledig digitaal verlopen via soms honderden vrienden die zich verschuilen in een smartphone. Zonder dat pa en moe dat weten of merken. Gelukkig kwam ik er vorige week achter dat ik niet de enige ben die qua sociale media vrij kaal door het leven gaat. Zelfs één van de meest populaire vrouwen in NL doet het zonder: Yvon Jaspers. En naar mijn gevoel weet ze zich aardig staande te houden. De grootste reden overigens om de sociale media (als politicus) te mijden is het soms onbeschrijfelijke onfatsoen wat je daar kunt tegenkomen. Soms lijkt het op een digitaal open riool waar je zonder schaamte kan schelden en tekeer kunt gaan. Dat laat ik liever aan mij voorbijgaan. Dan was de tijd van “vroeger” een uitkomst. Je moest een brief schrijven, bellen (met dat toestel aan een draadje) of gewoon elkaar ontmoeten. En vaak bij dat laatste kwam het dan wel weer goed. Gewoon elkaar zien en spreken. Het werkt. Nederland zou er misschien zelfs iets beschaafder van kunnen worden……

Gijs van Leeuwen