SGP-Houten maakt zich zorgen over de ondersteuning van pleegouders. Nu Houten met de Sociale Koers 2026-2029 meer wil inzetten op het eigen netwerk en de druk op professionele zorg wil verminderen, is het belangrijk dat pleeggezinnen de ondersteuning krijgen die zij nodig hebben. Landelijk staat de pleegzorg onder druk en geven pleegouders aan steeds vaker onvoldoende steun te ervaren. Daarom vraagt SGP-Houten het college om inzicht in de situatie in Houten en de mogelijkheden om pleegouders beter te ondersteunen.

In het coalitieakkoord is afgesproken dat de gemeente de inkoop van de zorg beperkt tot de wettelijk verplichte basis. Met de introductie van Sociale Koers 2026-2029 wil Houten de druk op professionele zorg verminderen door meer in te zetten op persoonlijke veerkracht, preventie en het eigen netwerk van inwoners. Een belangrijke pijler in deze koers is de zorg die pleegouders bieden. Pleeggezinnen spelen een cruciale rol in het bieden van veiligheid, stabiliteit en perspectief aan kinderen die tijdelijk niet thuis kunnen wonen. Juist daarom baart het SGP-Houten zorgen dat pleegouders landelijk steeds vaker aangeven onvoldoende steun te ervaren.

Op 22 augustus 2026 berichtte RTL Nieuws dat pleegouders ‘te weinig steun krijgen van instanties bij het opvangen van kinderen’. Mede door personeelstekorten bij jeugdzorg en pleegzorgorganisaties stokt de begeleiding, waardoor pleegouders soms tussentijds stoppen. Het aantal nieuwe pleegouders bereikte vorig jaar zelfs een dieptepunt. Volgens de Nederlandse Vereniging voor Pleeggezinnen leidt dit ertoe dat kinderen langer thuisblijven terwijl dat niet veilig is, of terechtkomen in zwaardere zorgvormen die eigenlijk niet passend zijn.

Daarnaast blijkt uit het artikel dat pleegouders veel tijd kwijt zijn aan procedures en afstemming met instanties. De wisselingen van hulpverleners maken dit extra ingewikkeld. Jeugdzorg Nederland wijst deeltijdpleegzorg aan als een waardevolle aanvulling, vooral ter ontlasting van biologische ouders.

Met deze zorgen richt SGP-Houten zich tot het college en heeft haar verzocht de onderstaande vragen schriftelijk te beantwoorden.

Gestelde vragen

  1. Wilt u een schets geven van de pleegzorg in Houten? Hoeveel pleegouders en kinderen zijn er in Houten? Daalt het aantal pleegouders in Houten, ook in lijn met landelijke cijfer? En is er inzicht in de achtergronden van de trend?
  2. Welke extra professionele ondersteuning (pedagogisch, psychologisch) wordt vanuit de pleegzorg aan de gemeente Houten gevraagd?
  3. Kan het college aangeven of de gemeente Houten en jeugdzorgaanbieders/instanties voldoende en tijdige ondersteuning kunnen bieden om juist die extra hulp aan pleegouders- en kinderen te geven?
  4. In algemene zin geven pleegouders aan dat de randzaken en omgang met instanties veel energie kosten (zie toelichting). Heeft het college voldoende zicht op pleeggezinnen die zich niet of nauwelijks staande kunnen houden, door gebrek aan professionele ondersteuning? Zijn daarover cijfers bekend en/of is er zicht op pleeggezinnen, waar meer maatwerk kan worden toegepast?
  5. Op welke wijze zou het college in Lekstroom verband zich kunnen inzetten voor vereenvoudiging van procedures voor pleegouders, en eventuele vernieuwende initiatieven zoals deeltijdpleegzorg? En wilt u uw antwoord toelichten?
  6. Deeltijd pleegzorg wordt vaak ingezet om biologische ouders te ontlasten (preventie). Valt de deeltijd pleegzorg onder de versoberde “wettelijk verplichte basis” die Houten inkoopt en in hoeverre wordt de gemeente Houten geconfronteerd met aanspraak op deeltijd pleegzorg?